dinsdag 25 maart 2014

Mark de Drakenslachter


Riddertje Mark. Wat een mooie gedachte, wat een macht gaf dat. Hij was de opperridder. Gekozen door het volk. Van alle 150 ridders die aan de ronde tafel zaten, was juist hij uitgekozen. Riddertje Mark kreeg hiervoor zijn eigen ivoren torenkamer. Samen, met hulp van zijn mede ridders moest hij de grote draak verslaan. De draak vernietigde de mensen hun banen, spaarvermogen, huizen, pensioen en draagkracht. Mark wist van het bestaan van de draak. Hij wist ook dat hij de uitverkorene was om de draak te slachten. Hij had nachten lang plannen gemaakt om de draak te verslaan. Geen van de plannen bleek te werken. Zijn mede ridders vonden zijn ideeën ruk en wilde hem graag helpen. Dat zag de edele ridder wel zitten maar dan wel op zijn manier. Hij deed er zolang over dat, hij geen tijd meer had om een jonkvrouw te verblijden met zijn gezelschap. De druk op onze drakenslachter werd immens en het volk werd ongeduldig. Velen had hij al naar de kerkers moeten sturen waar ze het beter hadden, dan buiten de kerker. Hier kregen ze tenminste nog iedere dag een broodje met spinnenwebben en de beestjes zelf, dit mochten ze dan weg spoelen met een glas grachtwater. Dat glas grachtwater namen de meeste maar voor lief. Mark moest opletten dat hij niet verkettert werd door de rest van het volk. Hij was angstig en wist niet wat hij moest doen. Hij ging een verbond aan met ridders waar hij eigenlijk niet eens mee in verband wou worden gebracht. Één van de ridders wilde zelfs, dat er niet meer op paarden gereden werd. Dat ging Mark te ver, hij riep keihard 'daarmee verslaan we de draak toch niet mee, cholera heks?!'. Dat heks had hij misschien beter niet kunnen zeggen. De volgende dag lag het andere riddertje op de brandstapel verdacht van hekserij. Door dat er nog steeds geen plan was, werd de draak alleen maar sterker en sterker. Mark zat met zijn handen in het haar. Totdat hij een gek maar helder idee kreeg. Ondertussen had Mark met andere Koninkrijken, een paar andere koninkrijken tijdelijk kunnen redden. Hoe lang zou hij dit nog volhouden. Hij had geen keus. Hij moest de draak eindelijk een keer gaan slachten, hij was immers de drakenslachter. Hij zei tegen de mensen 'geacht volk, de enige manier om deze draak te kunnen verslaan is met elkaar. We moeten die ene extra verdedigingsmuur aanschaffen, we moeten een keer die extra musket kopen en koop een keer dat schild". De mensen lachten het riddertje uit. Waarvan moesten ze dat doen ? Ze hadden niks meer. Hij riep zijn mederidders weer bij elkaar. Ze zaten nu allemaal met de handen in het haar. Totdat een van de andere ridders hopeloos zei "Wat nou als we nu gewoon doen alsof de draak er niet is, hem gewoon hopeloos negeren". Dit was het enige plan. De draak was dan wel niet geslacht, maar door te doen alsof hij er niet was bestond hij ook niet meer voor hen. Het volk was tevreden gestemd en ging verder waarmee ze bezig waren. Mark keek vanuit zijn ivoren torentje uit over het volk. Hij zei tegen zichzelf 'zo, dat heb ik toch mooi even gedaan'. Terwijl hij boven zijn koninklijk, de draak nog zag vliegen. Een brede lach verscheen op zijn gezicht.