Riddertje Mark. Wat een mooie
gedachte, wat een macht gaf dat. Hij was de opperridder. Gekozen door het volk.
Van alle 150 ridders die aan de ronde tafel zaten, was juist hij uitgekozen.
Riddertje Mark kreeg hiervoor zijn eigen ivoren torenkamer. Samen, met hulp van
zijn mede ridders moest hij de grote draak verslaan. De draak vernietigde de
mensen hun banen, spaarvermogen, huizen, pensioen en draagkracht. Mark wist van
het bestaan van de draak. Hij wist ook dat hij de uitverkorene was om de draak
te slachten. Hij had nachten lang plannen gemaakt om de draak te verslaan. Geen
van de plannen bleek te werken. Zijn mede ridders vonden zijn ideeën ruk en
wilde hem graag helpen. Dat zag de edele ridder wel zitten maar dan wel op zijn
manier. Hij deed er zolang over dat, hij geen tijd meer had om een jonkvrouw te
verblijden met zijn gezelschap. De druk op onze drakenslachter werd immens en
het volk werd ongeduldig. Velen had hij al naar de kerkers moeten sturen waar
ze het beter hadden, dan buiten de kerker. Hier kregen ze tenminste nog iedere
dag een broodje met spinnenwebben en de beestjes zelf, dit mochten ze dan weg
spoelen met een glas grachtwater. Dat glas grachtwater namen de meeste maar
voor lief. Mark moest opletten dat hij niet verkettert werd door de rest van
het volk. Hij was angstig en wist niet wat hij moest doen. Hij ging een verbond
aan met ridders waar hij eigenlijk niet eens mee in verband wou worden
gebracht. Één van de ridders wilde zelfs, dat er niet meer op paarden gereden
werd. Dat ging Mark te ver, hij riep keihard 'daarmee verslaan we de draak toch
niet mee, cholera heks?!'. Dat heks had hij misschien beter niet kunnen zeggen.
De volgende dag lag het andere riddertje op de brandstapel verdacht van
hekserij. Door dat er nog steeds geen plan was, werd de draak alleen maar
sterker en sterker. Mark zat met zijn handen in het haar. Totdat hij een gek
maar helder idee kreeg. Ondertussen had Mark met andere Koninkrijken, een paar andere
koninkrijken tijdelijk kunnen redden. Hoe lang zou hij dit nog volhouden. Hij
had geen keus. Hij moest de draak eindelijk een keer gaan slachten, hij was
immers de drakenslachter. Hij zei tegen de mensen 'geacht volk, de enige manier
om deze draak te kunnen verslaan is met elkaar. We moeten die ene extra verdedigingsmuur
aanschaffen, we moeten een keer die extra musket kopen en koop een keer dat
schild". De mensen lachten het riddertje uit. Waarvan moesten ze dat doen
? Ze hadden niks meer. Hij riep zijn mederidders weer bij elkaar. Ze zaten nu
allemaal met de handen in het haar. Totdat een van de andere ridders hopeloos
zei "Wat nou als we nu gewoon doen alsof de draak er niet is, hem gewoon
hopeloos negeren". Dit was het enige plan. De draak was dan wel niet
geslacht, maar door te doen alsof hij er niet was bestond hij ook niet meer
voor hen. Het volk was tevreden gestemd en ging verder waarmee ze bezig waren.
Mark keek vanuit zijn ivoren torentje uit over het volk. Hij zei tegen zichzelf
'zo, dat heb ik toch mooi even gedaan'. Terwijl hij boven zijn koninklijk, de
draak nog zag vliegen. Een brede lach verscheen op zijn gezicht.